Friese melkveehouders kijken ogen uit in China

Nederland geldt internationaal als voorloper op het gebied van melkveehouderij en zuivel. Op hun beurt keken de Nederlandse melkveehouders hun ogen uit in China. 'De razendsnelle professionalisering van de zuivelsector daar is indrukwekkend', vertelt melkveehouder Warner van der Leeuw uit het Noord-Nederlandse Nij Beets. Hij bezocht met 45 andere Rabobank-klanten in China onder andere enkele zuivelbedrijven.

Kwaliteit en imago zijn belangrijk voor zuivel

De lokale Rabobank Heerenveen-Zuidoost Friesland organiseerde voor agrarisch ondernemers een studiereis naar het noordoosten van China. Deze reis ging ook langs het Sino-Dutch Dairy Development Centre. Hierin werken onder meer China Agricultural University, Wageningen Universiteit, Rabobank, rundveeverbeteringsorganisatie CRV en zuivelonderneming FrieslandCampina samen voor het ontwikkelen van de productie, veiligheid en kwaliteit in de Chinese zuivelketen. Rabobank ondersteunt dit initiatief via haar uitgebreide kennis op het gebied van food en agri en haar netwerk, in de vorm van onder andere trainingen, bijdragen aan onderzoeksprojecten en excursies voor Nederlandse klanten naar China en omgekeerd. Daarnaast helpt Rabobank via financiering melkveebedrijven in het land te moderniseren.

Ontzettend interessant

Warner van der Leeuw was één van de deelnemers aan de studiereis. De 35-jarige agrariër heeft een melkveebedrijf met ongeveer honderd melkkoeien en bijbehorend jongvee. 'China is een land waar ik zelf niet snel naartoe zou gaan. Maar vaktechnisch vind ik het wel ontzettend interessant', verklaart hij zijn keuze om deel te nemen. 'Op het gebied van de melkconsumptie is China booming de laatste jaren en daarmee een belangrijke afzetmarkt voor bijvoorbeeld FrieslandCampina, waaraan ik mijn melk lever. Maar ook op het gebied van de productie voor de eigen markt gebeurt er veel, met name nadat in 2008 Chinese baby's overleden na het melamine-schandaal. Die grote veranderingen in productie wilde ik wel eens met eigen ogen zien.'

Een van grootste zuivelmarkten ter wereld

Uit cijfers van Rabobank Food & Agribusiness Research blijkt dat China een van de grootste zuivelmarkten ter wereld is. De 1,4 miljard inwoners consumeren jaarlijks 45 miljard liter zuivel. Driekwart daarvan produceren Chinese agrariërs zelf; het land telt bijna twee miljoen melkveebedrijven. Desondanks komt ruim tien miljard liter zuivel uit het buitenland, waarbij Nederland één van de grootste leveranciers is, van met name baby- en kindervoeding.

'Ik verwacht dat China altijd een belangrijke afzetmarkt voor Nederlandse melkveehouders zal blijven. Ook omdat wij de hoge kwaliteit kunnen leveren, inclusief het imago van de weidende koe.'

Warner van der Leeuw, melkveehouder uit Nij Beets (Nederland)

Professioneel gerund

Wordt Nederland internationaal gezien als voorloper op het gebied van melkveehouderij en zuivel, op hun beurt keken de Nederlandse melkveehouders hun ogen uit in China. Van der Leeuw: 'China investeert flink in de zuivelsector. Boeren die hun melk willen leveren aan een fabriek, moeten aan strenge eisen voldoen. We bezochten initiatieven waarbij boeren samenwerken en op die manier grotere bedrijven vormen, die bovendien professioneel gerund worden', blikt hij terug. 'Ook zie je dat de sector ten opzichte van ons eigenlijk een stap overslaat. Men gaat van de jaren vijftig eigenlijk in één keer naar 2015. Men zet bedrijven op met heel veel stuks melkvee. Van duizend tot wel veertigduizend koeien. Die razendsnelle professionalisering vind ik indrukwekkend. Naast melkveebedrijven bezochten we een zeer moderne melkfabriek. Die zou ook in Nederland toonaangevend zijn wat betreft technische faciliteiten. De fabriek had daarnaast een groot deel van de omliggende melkveebedrijven in handen, waardoor het meer invloed heeft op de aanvoer en de kwaliteit. Bij ons is dat precies andersom. Hier zie je individuele ondernemers met een melkveebedrijf die samenwerken in het coöperatieve zuivelbedrijf FrieslandCampina, dat voor ons de melk afzet.'

Tekort aan vruchtbare grond

Ondanks de enorme inhaalslag op het gebied van zuivelproductie verwacht de ondernemer dat in China de vraag naar buitenlandse zuivel zal blijven. 'Melkveehouders in China hebben last van een tekort aan vruchtbare grond. Daarnaast neemt de toegang tot zoet water steeds verder af. Een groot probleem, dat in de toekomst een verdere toename van de zuivelproductie in de weg kan staan. Bovendien zijn de productiekosten in China relatief hoog, doordat het voer voor een belangrijk deel importeert uit de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Dat is anders dan in Nederland, omdat wij koeien veel gras en maïs van eigen bodem voeren. Ik verwacht daardoor dat China altijd een belangrijke afzetmarkt voor Nederlandse melkveehouders zal blijven. Ook omdat wij de hoge kwaliteit kunnen leveren, inclusief het imago van de weidende koe. In China heb ik ervaren dat kwaliteit en imago ontzettend belangrijk zijn voor onze sector. Daarin moeten we altijd in voorop blijven lopen.'

Iets terug doen

Bijzonder vond hij het verder om met eigen ogen te zien wat de Rabobank in China voor lokale melkveehouders kan betekenen. 'Denk aan het opleiden van Chinese studenten om de zuivelsector nog professioneler te maken. Mooi dat de Rabobank zich inzet om de kennis in het land te vergroten. Dat vind ik ook belangrijk; het gaat er niet alleen maar om als zuivelsector ergens zoveel mogelijk geld te verdienen, het is belangrijk ook om vervolgens wat terug te doen. Dat is qua goodwill in een land als China ook noodzaak. Want ondanks de kans om er vrij te ondernemen, blijft de overheid altijd controle houden. Als je alleen uit bent op marktpositie en geldelijk gewin, word je vroeg of laat aangepakt. In die zin blijft het een onvoorspelbaar land waar je niet afhankelijk van moet worden als zuivelsector.'