Voor niets gaat de zon op

Het ongekende potentieel van de biobased economy

Eeuwenlang maakte de landbouw gebruik van de onuitputtelijke bron van zonne-energie en voorzag de mensheid van voedsel, kleding, medicijnen en bouwmaterialen. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben synthetische materialen die plaats ingenomen en gezorgd voor een afvalberg en veel CO2-uitstoot. Circulair ondernemen helpt dat oplossen. Maar de echte potentie zit in de biobased economy, met nieuwe hoogwaardige materialen gebaseerd op de kracht van de zon. De Rabobank steunt de ontwikkeling om plantaardige materialen met behulp van moderne technologie te produceren voor toepassing in verpakkingen, antibiotica, auto-onderdelen, vitamines en smartphones. 'Het is goed voor de aarde, voor consumenten en bedrijven', betoogt Hans van Hooren, Senior Relationship Banker Food & Agribusiness bij de Rabobank.

'Voor niets gaat de zon op. Dit Nederlandse spreekwoord geeft aan dat alles geld en moeite kost, behalve wat van de zon komt. Want wat de zon geeft, kost niks en laat geen vervuiling achter. Planten gebruiken zonlicht, water en mineralen om koolstofdioxide uit de lucht om te zetten in een schier eindeloze variëteit aan moleculen. Bacteriën of schimmels kunnen die moleculen omzetten in voedsel of vezels. Het potentieel is immens: vandaag de dag kent de mensheid nog maar een fractie van alle processen in de natuur, maar het inzicht groeit met de dag.

Eeuwenlang maakten mensen gebruik van de onuitputtelijke bron van zonne-energie, zonder dat ze wisten wat er op molecuulniveau gebeurt. Zo voorzag de landbouw mensen van eten en van talloze andere materialen voor bijvoorbeeld kleding (wol, katoen, leer), verpakking en bouw. En was er afval? Afval bestond niet. Mensen gebruikten mest, planten- en voedselresten als bodemverbeteraar of veevoer en ook textielafval kreeg nieuwe toepassingen.'

Kentering: synthetische tijdperk

'De Industriële Revolutie betekende een kentering. Voor fabricage op grote schaal kreeg de mens behoefte aan nieuwe energiebronnen en grondstoffen. Dat betekende eerst de opkomst van olie als brandstof en later als grondstof voor materialen, zoals polyester en nylon. Na de Tweede Wereldoorlog investeerde men wereldwijd massaal in kennis en voorzieningen om fossiele brandstoffen te winnen en toe te passen in materialen. Het was het begin van wat we nu kennen als het 'synthetische tijdperk'. Plastic, nylon en polymeer zijn de materialen om bijvoorbeeld kleding, schoeisel, smartphones, drinkflessen, medicijnen, meubels, bouwmaterialen en auto-onderdelen van te maken.'

Recycling

'Met de opmars van synthetische materialen groeide de hoeveelheid afval en daarmee de behoefte om de afvalberg aan te pakken. In de laatste decennia van de twintigste eeuw nam het inzamelen en herverwerken van materialen een grote vlucht. Niet voor elk product was recycling mogelijk en zinnig. Voor sommige producten vraagt recycling meer energie dan het nieuw ontginnen van grondstoffen zou kosten. De enige winst zou dan zitten in besparing van de grondstoffen.'

Circulair ondernemen

'Circulair ondernemen, dat begin 21ste eeuw in beeld kwam, gaat een flinke stap verder dan het recyclen van afval. Bij het productontwerp van bijvoorbeeld kantoorverlichting of een auto houdt men al rekening met de kringloop, zodat materialen zolang mogelijk mee gaan en versleten onderdelen gemakkelijk te vervangen zijn. Daardoor is er minder afval en minder behoefte aan grondstoffen en energie. Dat is winst, maar we willen ook een innovatieve economie gebaseerd op steeds betere hernieuwbare materialen. Die vernieuwing komt uit de industriële biotechnologie, een intelligente mix van microbiologie en chemische technologie.'

Omslag

'Er gloort licht aan de horizon en dat is de bron die mensen al eeuwen koesteren: de zon. De stand van de wetenschap en de techniek is nu zo, dat men volop mogelijkheden ziet om met de onuitputtelijke energie van de zon en de intelligente opbouw van het DNA van planten, micro-organismen en de mens zelf op grote schaal natuurlijke materialen te produceren voor toepassingen die horen bij het leven van de 21ste eeuw. De wetenschap heeft verfijnde inzichten opgeleverd in hoe planten, zoals bieten of maïs, en micro-organismen, zoals algen, zonlicht gebruiken om zich te ontwikkelen en voort te planten. Zo is er nu ook veel kennis over hoe enzymen, gisten en bacteriën plantaardige materialen, algen en groenafval omzetten in grondstoffen voor kleding, schoonmaakmiddelen, schoeisel, smartphones, drinkflessen, medicijnen, meubels, bouwmaterialen en auto-onderdelen. De creatieve mogelijkheden zijn zo groot als het creatieve karakter van de natuur. De technologie is er om die in te zetten in grootschalige bioraffinaderijen.'

'De wetenschap heeft verfijnde inzichten opgeleverd in hoe planten, zoals bieten of maïs, en micro-organismen, zoals algen, zonlicht gebruiken om zich te ontwikkelen en voort te planten.'

Hans van Hooren, Senior Relationship Banker Food & Agribusiness bij de Rabobank

Biomaterialen en voedselproductie

'Gaat de productie van deze biobased materialen niet ten koste van de productie van voedsel voor de meer dan negen miljard mensen die de aarde in 2050 telt? Berekeningen wijzen uit dat voedselproductie prima samengaat met productie van biomaterialen. Niet-eetbare delen van planten en landbouwoverschotten kunnen gebruikt worden als biomaterialen. Zelfs als landbouwgrond specifiek zou worden ingezet om plantaardige vervangers te telen voor kunststoffen, dan nog blijft 95 procent van de grond over voor voedselproductie. In elk geval helpt productie van biomaterialen om op boerenbedrijven het inkomen per hectare te verhogen. Daardoor krijgen boeren meer financiële armslag om te investeren in duurzame, efficiënte voedselproductie.'

Landbouw en chemie moeten bij elkaar komen

'Hoe kunnen deze ideeën werkelijkheid worden? Het is duidelijk dat de werelden van landbouw en chemische industrie bij elkaar komen. Dat geldt letterlijk en figuurlijk. Letterlijk: de transportafstand van landbouwmaterialen naar de chemische industrie moet korter, goedkoper en duurzamer. Figuurlijk geldt het ook: chemische bedrijven en boeren moeten elkaars wereld gaan snappen en op elkaar in gaan spelen. Samenwerking tussen partijen is ook belangrijk voor de financiering van deze nieuwe technologieën en activiteiten. Samenwerking in de keten leidt tot beter voorspelbare productiekosten en marges. Voor financiering moeten private investeerders en overheden de krachten bundelen, vooral vanwege de onbekendheid van investeerders met deze nieuwe technologieën en toepassingen.'

Goed voor de aarde, goed voor consumenten en bedrijven

'De Rabobank steunt de ontwikkeling van de bio-economie. Het is goed voor de aarde, het is goed voor consumenten, het is goed voor bedrijven, die minder afhankelijk worden van fossiele grondstoffen en de daarmee gepaard gaande CO2-uitstoot. Ook is de omslag naar de bio-economie goed voor boeren en daarmee voor de voedselvoorziening in de wereld.'

'Uiteindelijk breekt het licht door en zal de landbouw in 2050 niet alleen de belangrijkste leverancier zijn van voedsel voor mensen en voeding voor dieren, maar ook van functionele materialen voor mensen.'

Hans van Hooren, Senior Relationship Banker Food & Agribusiness bij de Rabobank

De Rabobank verbindt de chemische industrieën met de wereld van landbouw en boeren. Ze draagt er met kennis en netwerken aan bij dat chemische bedrijven en agrarisch ondernemers samen kansen ontdekken en mogelijkheden om daar gebruik van te maken. De Rabobank beoordeelt concrete plannen op haalbaarheid, rendement en risico. Voor goede plannen regelt de Rabobank financiering, of die nu op de bankbalans staat of van partners komt.

Uiteindelijk breekt het licht door en zal de landbouw in 2050 niet alleen de belangrijkste leverancier zijn van voedsel voor mensen en voeding voor dieren, maar ook van functionele materialen voor mensen. Zoals telefonie en IT zijn samengegaan tot de wondere wereld van ICT, zo zullen landbouw en chemie samen optrekken tot de nog fascinerender wereld van biobased.

Lees meer