Wil de volgende generatie zich melden?

Een nieuwe generatie boeren en tuinders is nodig voor continuïteit en vernieuwing in voedselproductie. Maar er is te weinig animo onder jongeren om boer of tuinder te worden. Wie wel een bedrijf wil overnemen, loopt tegen financiële belemmeringen aan. Hoe kan deze impasse doorbroken worden?

Verjonging stagneert op land- en tuinbouwbedrijven

Van nature zorgt de jonge generatie voor het voedsel van de toekomst. De graankorrels van dit jaar zijn de basis voor een succesvolle oogst in het volgende seizoen. En de kalveren en biggen van nu zijn nodig voor de melk- en vleesproductie in de toekomst.

Zo zorgen jonge generaties boeren en tuinders voor de voedselvoorziening in de toekomst. 'De wereldbevolking groeit en wordt steeds welvarender. In het jaar 2050 zal de vraag naar voedsel 60 procent groter zijn dan nu. Daarom zijn nieuwe generaties boeren en tuinders nodig. Zij zetten de productie voort en maken, door nieuwe inzichten en technieken, de voedselvoorziening slimmer, efficiënter en duurzamer', zegt Bart IJntema. Bij de Rabobank houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van land- en tuinbouw buiten Nederland.

Overdracht stokt

Verjonging in de land- en tuinbouw heeft alles te maken met overdracht en overname van bedrijven in de familie. Wereldwijd vindt meer dan 95 procent van de voedselproductie plaats op familiebedrijven.
Overal ter wereld stokt de overdracht van land- en tuinbouwbedrijven aan jongere generaties. Dat er in Nederland elk jaar zo'n 800 bedrijfsoverdrachten in de land- en tuinbouw plaatsvinden, doet daar niks aan af. Enkele cijfers:

  • In Europa is 3,6 procent van de agrarisch ondernemers jonger dan 35 jaar.
  • In Australië is de gemiddelde agrarisch ondernemer 56 jaar oud, tegen 44 jaar in 1984.
  • In Nederland heeft 45 procent van de agrarische bedrijven geen opvolger.
  • Verenigde Staten: tegenover elke zeven boeren ouder dan 75 jaar, staat één boer jonger dan 25 jaar.

Landbouw heeft geen aantrekkelijke uitstraling

De interesse voor het boerenbestaan loopt terug, zo ervaart IJntema in zijn contacten met collega's over de hele wereld. Ruud Paauwe, sectormanager tuinbouw bij de Rabobank in Nederland, ervaart dit ook in Nederland. Hij verklaart de dalende interesse voor het agrarisch ondernemerschap: 'Kinderen van de huidige generatie boeren en tuinders zien hun ouders hard werken voor een beperkt rendement, terwijl ze altijd moeten klaarstaan om het bedrijf draaiende te houden. Voor veel jongeren buiten de sector heeft de land- en tuinbouw geen moderne uitstraling. De praktijk is echter dat agrarisch ondernemers veel bezig zijn met computertechnologie, financieel management, duurzaamheid, voedselvoorziening, turbulente markten en een kritische omgeving.' Dat motiveert volgens Paauwe de jongeren die wel een agrarisch bedrijf overnemen. 'Hier is dus een taak weggelegd voor de gehele sector om als positieve, moderne ambassadeur op te treden, zodat jongeren zien dat het leiden van een agrarische bedrijf complex en daardoor uitdagend is.'

Emoties en belangen van ouders en kinderen

Jongeren die wél een bedrijf willen overnemen, krijgen te maken met flinke uitdagingen. Denk alleen al aan emoties en financiële belangen van ouders (het gaat om hun oudedagsvoorziening) en van eventuele broers en zussen (hoe wordt het familiebezit verdeeld?). 'Alleen al het ondernemen op een boerderij is een hele uitdaging, laat staan dat je ook nog in ogenschouw moet nemen hoe het eigenaarschap zich ontwikkelt, wie daarbij betrokken zijn en hoe het gefinancierd moet worden. Het is belangrijk dat men dit binnen de familie in een vroegtijdig stadium gaat bespreken', weet IJntema uit de praktijk, van Nieuw-Zeeland en Californië tot de polders in Nederland.

'Alleen al het ondernemen op een boerderij is een hele uitdaging, laat staan dat je ook nog in ogenschouw moet nemen hoe het eigenaarschap zich ontwikkelt, wie daarbij betrokken zijn en hoe het gefinancierd moet worden.'

Bart IJntema. Bij de Rabobank houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van land- en tuinbouw buiten Nederland.

Financieel knelpunt

Het grote financiële knelpunt: doordat bedrijven steeds groter worden en werken met steeds duurdere apparatuur, stijgen de overnamebedragen. De rendementen op land- en tuinbouwbedrijven blijven echter steken op maximaal twee procent. Die lage rendementen staan hoge rente- en aflossingsbetalingen in de weg en maken het lastig om risicodragend vermogen van derden aan te trekken. Dat betekent dat jongeren zelf een flink eigen vermogen moeten inbrengen.

Overnamefonds

Hoe kan deze financiële impasse doorbroken worden? IJntema: 'Dit begint bij het verhogen van de winstgevendheid en rendement van agrarische bedrijven, zodat jongeren het voort kunnen zetten en verder kunnen ontwikkelen. Het rendement op boerenbedrijven ligt veel lager dan elders in de voedselketen.'  Dat rendement kan verbeteren door minder kosten te maken en door te zorgen voor marktposities die geld in het laadje brengen.

Financiële stimulansen kunnen een zetje geven om een bedrijfsovername mogelijk te maken. De Rabo-experts pleiten voor een fonds dat jonge ondernemers bufferkapitaal verschaft als aanvulling op het eigen vermogen dat ze zelf inbrengen. Dat zou een overnamefonds of garantstelling van de overheid kunnen zijn. Daarmee zouden jongeren de rente- en aflossingsverplichtingen in de eerste tien jaar van hun ondernemersbestaan kunnen beperken. Het financieel stimuleren van innovatie zou ook helpen. Paauwe: 'Het zou goed zijn als er risicodragend kapitaal beschikbaar komt voor het ontwikkelen en invoeren van innovaties door jonge generaties boeren en tuinders. Dat mes snijdt aan twee kanten: het is goed voor de opvolgers en voor de toekomst van de voedselvoorziening.'

Ondernemerskwaliteiten zijn essentieel

De grote uitdagingen waarvoor jonge ondernemers staan, geven al aan wat de allerbelangrijkste succesfactor is voor de toekomst van de land- en tuinbouw: een jonge ondernemer die vol overtuiging het bedrijf overneemt en over de vaardigheden beschikt om het door te ontwikkelen. IJntema: 'Jongeren die een agrarisch bedrijf overnemen, moeten natuurlijk vakkennis hebben, maar vooral ook ondernemerskwaliteiten. Een ondernemer moet de komende 30 jaar vooruit op strategisch en financieel gebied, moet vernieuwing in gang zetten en het bedrijf door ontwikkelen in de keten en in de omgang met de omgeving. Die vaardigheden zijn essentieel.'

Zo begeleidt de Rabobank jonge ondernemers

  • Nederland: de Rabobank begeleidt en spiegelt bedrijfsopvolgers al tien jaar met het Rabo Opvolgers Perspectief. Al meer dan duizend jonge ondernemers hebben deelgenomen aan dit trainingsprogramma.
  • Australië en Nieuw-Zeeland: opvolgingsspecialisten van de Rabobank begeleiden families bij alle aspecten van de bedrijfsovername en besteden ook veel aandacht aan de familieverhoudingen.
  • Brazilië: vaak is er sprake van overname van zeer grote bedrijven. Daarom organiseert de Rabobank in Brazilië sinds 2007 het AgriLeaders programma voor toekomstige eigenaren van deze grootschalige bedrijven, bijvoorbeeld op gebied van HR, economie en duurzaamheid. Al meer dan 70 agrarische high potentials deden hieraan mee.