'De toekomst van ons voedselsysteem schuilt in een goede balans tussen lokale en mondiale markten.'

Lokaal geproduceerd voedsel zit sinds het uitbreken van de coronacrisis in de lift. Zowel bestaande korte keten initiatieven als nieuwe maaltijdbox-concepten winnen razendsnel aan populariteit. Maar hoe duurzaam is het verlangen naar lokaal eten, als we straks weer zijn verlost van de (strengste) coronamaatregelen? We gaan erover in gesprek met politicoloog en ondernemer Joris Lohman. Als medeoprichter van the Food Hub zet hij zich al veel langer in voor een transitie naar een circulair voedselsysteem.

Heeft de coronacrisis lokaal geproduceerd voedsel nu definitief op de kaart gezet?

‘Ik wil ervoor waken om mij aan te sluiten bij de groep mensen die de crisis aangrijpen om te benadrukken dat een trend die wij al langer zien zich nu plots versnelt. Op dit moment kan nog niemand echt zien welke impact de huidige crisis op de lange termijn heeft op ons voedselsysteem.’

Maar het begin van de crisis, toen veel consumenten voor het eerst van hun leven lege schappen aantroffen in de supermarkt, heeft toch zichtbaar gemaakt hoe kwetsbaar onze voedselketen is?

‘Niet echt. De huidige crisis laat ons zien dat de grote supermarktbedrijven (die een centrale rol spelen in onze huidige voedselketen, red.) eigenlijk best wel schokbestendig zijn. Er was sprake van een psychologisch effect, waardoor we allemaal zijn gaan hamsteren. We zagen dat de aanvoer naar winkels in haar voegen kraakte, maar we hebben geen echte tekorten gezien.’

Veel akkerbouwers blijven momenteel met hun oogst zitten omdat de horeca gesloten zijn, en de grenzen dicht. Als een groep er momenteel belang bij heeft om het huidige systeem snel te veranderen, zijn zij het toch?

‘De horeca en de export zijn twee verschillende stromen. De stroom naar de horeca ligt stil zolang cafés en restaurants gesloten zijn. Maar die zal ook weer op gang komen als cafés en restaurants weer open mogen.’

‘Met de internationale stroom is het op dit moment nog niet zozeer dat het helemaal stil ligt, maar er zijn inderdaad veel boeren die hun oogst nu niet of minder makkelijk kwijt kunnen. Of tegen een lagere prijs. Dat is een urgent probleem voor boeren, maar het hoeft nog geen systeemverandering te betekenen.’

‘Ik denk wel dat deze crisis een aantal bewegingen die al op gang waren kan versterken. De huidige crisis versterkt de politieke hang naar protectionisme; landen kiezen ervoor om hun eigen producten te beschermen. Het begrip voedselzekerheid is in een ander daglicht komen te staan, overheden beseffen nu dat het handig is om meer voedsel op eigen bodem te gaan verbouwen. We moeten afwachten of dat een tijdelijk effect is, want we zien tijdens deze crisis ook dat het huidige systeem weerbaarder is dan sommige mensen wellicht hadden verwacht.’

Nederland is een van de grootste voedselexporteurs ter wereld. Moeten wij er eigenlijk wel blij mee zijn, als buitenlandse consumenten ook meer lokaal gaan eten?

‘Wij zijn inderdaad een grote exporteur. Maar het grootste deel van onze export blijft in Noordwest-Europa. Voor boeren in Limburg is Duitsland dichterbij dan Utrecht. We moeten hier dus wel vanuit een Europees perspectief naar blijven kijken.

‘Soms wordt export tegenover autarkie of alles-moet-lokaal gezet, maar we moeten vooral op zoek naar een betere balans. Je moet produceren op plekken in de wereld waar dit het beste kan. Koffie, ananas en bananen zul je blijven importeren. Dat doen we al honderden jaren. De zoektocht naar een toekomstbestendig voedselsysteem gaat vooral over de vraag hoe we een goede, duurzame balans kunnen vinden tussen mondiale en lokale markten.’

Persoonlijk ben ik gecharmeerd van het idee om meer lokaal te eten. Ik heb daarom laatst een box bestelt bij Support Your Locals. De inhoud was heerlijk, maar het was ook een beetje duur.

‘De prijs is op dit moment nog een belangrijk punt van aandacht. De boxen die nu opkomen zijn een mooie crisisinterventie, maar ze zitten inderdaad wel hoog in de markt. Natuurlijk kunnen we discussiëren over wat de echte waarde van voedsel moet zijn, maar niet iedereen heeft voldoende armslag om die keuze te kunnen maken.’

‘Lokaal voedsel hoeft niet perse altijd duurder, of beter, te zijn. De wortels en de aardappelen die in Flevoland worden geteeld en op de wereldmarkt worden verhandeld, kun je ook lokaal beschikbaar maken voor een redelijke prijs. Samen met de Rabobank werken we in de Taskforce Korte Keten aan oplossingen om meer boeren aan te sluiten op korte ketens.’

Zou het niet veel handiger zijn als ik het voedsel van lokale boeren gewoon in mijn lokale supermarkt kan kopen?

‘Ik denk dat de doorbraak voor de korte keten in een mengvorm ligt tussen de supermarkt, maaltijdboxen en andere concepten om boodschappen te bestellen. Enerzijds is het heel lastig om mensen hun gedrag te laten veranderen. We zijn gewend om ons voedsel uit de supermarkt te halen, dus een groot deel van ons zal dat blijven doen. Tegelijk zie je nu in deze crisis dat veel mensen de supermarkt liever mijden. De verschuiving van de fysieke winkel naar de e-commerce was al ingezet, maar we zien dat deze nu een enorme boost heeft gekregen.’

De trends zijn evident, maar de volumes beperkt. Verwacht je dat consumenten de transitie naar de korte keten kunnen afdwingen met hun koopgedrag?

‘Nee, daarvoor is hun impact op het systeem te klein. Bovendien is het lastig om grote groepen consumenten te ervan te overtuigen om bijvoorbeeld 10 cent meer te betalen voor een regionale of biologische appel. Je ziet dit prijsverschil namelijk niet perse terug in de smaak of de kwaliteit.’

‘De keuze voor een consument om meer te betalen voor dezelfde boodschappen, puur om boeren uit de omgeving of het milieu te ondersteunen, staat ook niet op zichzelf. Een consument moet ook huur of hypotheek betalen, een autoverzekering, energierekening en andere vaste lasten. De boodschappen zijn slechts een beperkt onderdeel van een groter financieel plaatje. Dus als je zegt dat we niet hoeven in te zetten op biologisch of lokaal omdat consumenten niet bereid zijn om hier geld voor uit te trekken, sla je de discussie dood.’

Moet de overheid de markt een zetje in de juiste richting geven?

‘De overheid heeft hier absoluut een rol in te spelen. Dit begint met het beantwoorden van fundamentele politieke vragen. Hoe willen we dat onze landbouw over vijf of tien jaar is ingericht? Hoeveel biodiversiteit willen we? En wat vinden we goede verdienmodellen voor boeren?’

‘Voor een deel zijn die vragen al beantwoord; het kabinet wil veel meer inzetten op kringlooplandbouw. Maar vooralsnog zijn dat meer woorden dan daden. Als we echt een kringlooplandbouw willen, die is gericht op meer lokale en regionale productie, moeten we subsidiestromen bijvoorbeeld heel anders inrichten.’

Als ik je goed beluister, gaat deze crisis ons voedselsysteem wel degelijk drastisch veranderen.

‘Als optimist hoop ik dat er uit de stikstofcrisis en de coronacrisis positieve dingen ontstaan, en dat we deze periode gebruiken om een basis te leggen waarop we straks kunnen voortborduren. Ik verwacht niet dat we straks een volledig lokaal autarkisch voedselsysteem hebben gecreëerd. Maar we moeten deze periode wel gebruiken om na te denken over hoe we een verregaande regionalisering en verduurzaming van de landbouw willen realiseren.’

‘Dit zou overigens volledig aansluiten bij de doelstellingen die de overheid al eerder heeft uitgesproken, omdat de planeet de huidige manier van consumeren en produceren niet kan volhouden.’

Joris Lohman portret 4336