Een korte(re) keten is een kwestie van goed ondernemerschap

‘We vergeten dat achter dat voedsel een boer zit die steeds duurzamer moet produceren.’

Volgens velen legt de voorbije en huidige periode de kwetsbaarheid van ons voedselsysteem bloot. Te lang, te complex, gebrekkige margedistributie over de schakels in de keten, hoge klimaatimpact. De korte keten werd en wordt veelvuldig genoemd als oplossing, als alternatief voor het huidige systeem. Maar is het een alternatief of een aanvulling? En als het een oplossing is, voor welke problemen eigenlijk? En wat is kort überhaupt? Een gesprek met Carin van Huët, directeur Food & Agri Nederland, en Martijn Rol, Sectorspecialist Food.

Onze voedselketens hebben zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot internationale, complexe en vaak superefficiënte systemen. Ze zorgen voor genoeg, betaalbaar voedsel, overal en altijd beschikbaar. Tegelijkertijd doen ze een groot beroep op onze bodems, onze vers watervoorraad en dragen ze bij CO2 uitstoot. Korte ketens werden ook vóór COVID-19 al genoemd als alternatief voor het huidige systeem. Maar hoe kort is kort? Spreken we nog van een korte keten als we Belgisch bier drinken of als Groningers vlees eten uit Brabant? ,,Als we het hebben over de korte keten bedoelen we doorgaans dat er zo min mogelijk schakels in de voedselketen zitten en dat de afstand tussen producent en consument zo kort mogelijk is”, legt Carin van Huët uit. ,,Maar er is geen uniforme definiëring.”

Rabobank  ziet dat  het huidige systeem, de ‘reguliere’ keten, korter is dan mogelijk gedacht wordt. De  reguliere keten bereikt namelijk niet per definitie andere continenten. De bulk van de producten komt niet verder dan grofweg Noordwest-Europa, een afstand van circa 800 kilometer. ,,Wij voeden vooral onze buurlanden, maar in het maatschappelijke debat leidt dit soms tot rare discussies” , aldus Van Huët. ,,Als een Limburgs product 5 kilometer verderop in Duitsland wordt verkocht, heet dat export, maar als een product uit Californië in New York wordt geconsumeerd, is het een binnenlands product. Daarom benadrukken wij die 800 kilometer. Binnen die afstand kun je verantwoord produceren. En 80 tot 85 procent van het in Nederland geproduceerde voedsel blijft ook binnen die grens.”

De ‘korte keten’, uitgaand van zo min mogelijk schakels en kort mogelijke afstand, speelt nu nog maar een heel bescheiden rol in de voedselproductie, namelijk zo’n 5 procent. De korte keten is niet zozeer een doel, onderstrepen Van Huët en Rol, als wel een middel om een bepaald doel te bereiken. Die doelen zijn ook nog eens heel divers: een eerlijke prijs, een beter begrip tussen boer en burger, meer transparantie in de voedselketen en een duurzamere keten. Rol: ,,Er is ook een belangrijke sociale component. Het gaat er bij de korte keten ook om dat de afstand tussen boer en consument kleiner wordt. De burger gaat er nu van uit dat er op elk moment kwalitatief hoogwaardig voedsel verkrijgbaar is tegen een hele scherpe prijs. We vergeten dat achter dat voedsel een boer zit die onder hoge tijds- en prijsdruk steeds duurzamer moet produceren. Eén van de ideeën achter de korte keten is dat de consument de boer meer gaat waarderen en bereid is een betere prijs te betalen voor voedsel.”

Heet hangijzer

Het distributievraagstuk is een heet hangijzer in de korte keten. Want het klinkt heel duurzaam om kaas te halen bij de lokale boer, maar het is wel tijdrovend én slecht voor het milieu om per auto inkopen te doen bij vijf verschillende boeren. Rol: ,,Wij geloven veel meer in samenwerking tussen boeren en andere ketenpartners om voldoende schaal te realiseren. Denk dan aan samenwerken met horeca-ondernemers, cateraars of lokale retailers, zoals versspeciaalzaken of zelfs supermarkten. Veel retailers zijn op hun beurt al tijden bezig met het verkorten van die keten, ook om de aanvoer van voedsel veilig te stellen. Wat je van dichtbij haalt, is zekerder dan iets wat van ver moet komen. Coronatijd versnelt deze verkorting. Daarnaast kunnen retailers zich met regionale producten onderscheiden van concurrenten. Als de burger weet dat de kaas of melk die hij bij een retailer koopt uit de omgeving komt, is hij vaak bereid wat meer te betalen.”

Beide Rabobankers zien een aantal belangrijke trends in food: transparantie (de consument wil weten waar zijn eten vandaan komt en wat ermee is gebeurd), de hang naar gezond voedsel, gemaksoptimalisatie (minder zelf koken, meer kant-en-klaarmaaltijden en buitenshuis eten) en duurzaamheid. Rol: ,,Wat duurzaamheid precies is, daar kun je over discussiëren, want voor de één betekent ‘duurzaam’ dierenwelzijn en voor de ander minder CO2.” Die trends leveren tegenstrijdigheden op: enerzijds willen steeds meer mensen duurzaam geproduceerd voedsel, anderzijds stijgt de vraag naar gemaksvoedsel, zoals fast food.

Biedt de korte keten daar een oplossing voor? Bijvoorbeeld patat van regionaal geteelde aardappelen? Kroketten gevuld met lokaal kalfsvlees of oesterzwammen? Nee, zeggen Van Huët en Rol, de korte keten lost niet alles op. Elk model heeft zijn positieve en zijn negatieve kanten en het is aan ondernemers om een keuze te maken. De ene producent wil zoveel mogelijk grootschalig produceren om grote retailers of de industrie van grondstoffen te voorzien, terwijl anderen kiezen voor meer zelfverwaarding via niche-productie, een eigen merk of een directe relatie met de consument door verkoop via een boerderijwinkel. Rol: ,,Die twee stromen zul je altijd houden. Er zijn veel manieren voor ondernemers om tot een verdienmodel te komen.”

Food Forward

Rabobank wil een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de agrifood-keten door financiering, netwerken en kennis ter beschikking te stellen, aldus Van Huët. ,,Daarnaast heeft de bank het programma Food Forward waarmee we regionaal voedseloplossingen bedenken, samen met consumenten, ondernemers en andere belanghebbenden. Daar proberen we nieuwe businessmodellen en initiatieven te ontwikkelen, die Rabobank verder kan ondersteunen.” Want dergelijke kleinschalige projecten kunnen uitgroeien tot grote bedrijven of tot de innovatie leiden die multinationals uiteindelijk willen adopteren. Van Huët: ,,Als er uit Food Forward drie of vier initiatieven komen die het verschil gaan maken, kunnen dat mooie verdienmodellen worden. We zien nu al dat bepaalde initiatieven gekopieerd worden naar andere regio’s en dat grote bedrijven via Food Forward graag willen samenwerken met lokale producenten.”

De coronacrisis heeft de korte keten een impuls gegeven, zien Van Huët en Rol. Initiatieven die nog in de kinderschoenen stonden, zijn versneld gaan groeien. Producenten zochten nieuwe klanten op toen reguliere afzetkanalen wegvielen of gingen zelf producten maken die door de sluiting van grenzen niet meer werden aangeleverd. Gaat het lukken om het gevoel dat het anders moet en kan vast te houden ná corona? Rol: ,,Dat lukt alleen als alle partijen, van boer tot overheid, industrie en retailer, het belang ervan inzien. Van Huët: ,,Het is ook een kwestie van ondernemerschap. Doorgaan met de dingen die succesvol waren tijdens corona.”

Wat vinden beide bankiers van het idee om de overheid convenanten te laten sluiten met de grote supermarkten waarin wordt vastgelegd dat de consument erop kan rekenen dat alle voedsel duurzaam geproduceerd is, daar waar mogelijk regionaal en de boer er goed voor betaald krijgt? Van Huët en Rol zien de nodige haken en ogen: de consument moet wel meer willen betalen voor dat duurzame voedsel. En prijs is juist een belangrijk middel van supermarkten om met elkaar te concurreren. Hun belangrijkste conclusie luidt: we moeten beseffen dat verduurzaming een opdracht is voor de hele keten, van boer tot en met de consument.