Verrukkelijke zuivel dankzij verfijnde biologische aanpak

Natuurlijk boeren, net als vroeger

De familie Van de Voort in Lunteren boert niet alleen biologisch, maar ook natuurlijk. Geen chemicaliën, biologisch stro en alle koeien mogen hun hoorns houden. De meerkosten worden terugverdiend door de verkoop van de veelgevraagde Remeker-kaas.

“Hoor je die roeken daar hoog in de bomen? Die werken hier op de boerderij. Ze lopen de mesthopen van de koeien in het weiland langs om kevers te zoeken en verspreiden de mest zo over het gras. Na drie weken hebben ze alles weggewerkt.” Aan het woord is boer Jan Dirk van de Voort, wiens familie al sinds 1650 op de grond bij de Lunterse beek woont en werkt en waar nu Van de Voort, zijn vrouw Irene en hun zoon Peter de scepter zwaaien. Sinds het begin van de jaren negentig heeft de biologische landbouw stap voor stap zijn intrede gedaan op hun boerderij De Groote Voort, genoemd naar de hier ooit gelegen doorwaadbare plaats in de beek.

Het begon allemaal toen Van de Voort en zijn vrouw biologisch gingen eten. “Gewoon, omdat het lekkerder is”, vertelt hij tijdens de koffie onder de walnotenboom op het erf. “Toen zijn we ook biologisch gaan boeren.” Dat was voornamelijk een kwestie van dingen láten, legt hij uit. Drijf- en kunstmest om de grasproductie te stimuleren werden in de ban gedaan, net als chemicaliën. “Heel simpel, omdat het bodemleven er niet tegen kan”, legt Van de Voort uit. “Toen ik nog geen bioboer was, gebruikte ik jaarlijks 400 kilo stikstof en zeventig ton drijfmest per hectare.” De grasproductie daalde aanvankelijk, maar dankzij de mest uit de potstal die nu over het land wordt uitgereden, is de grasproductie hoger dan ooit.

“Biologisch boeren is voornamelijk een kwestie van dingen láten”

- Jan Dirk van de Voort, Remeker

Geen brokken uit de veevoederfabriek

Maar de echte grote omslag kwam vijftien jaar geleden. Toen stopte de familie Van de Voort met antibiotica, wormmiddelen en insecticiden. En met ploegen, want ook dat verstoort het bodemleven. “Als je ploegt, duurt het vier jaar voordat je weer dezelfde hoeveelheid wormen terug hebt”, vertelt Van de Voort. De vijfentachtig koeien, die van maart tot november in de wei staan, kregen vanaf dat moment geen brokken uit de veevoederfabriek meer, maar alleen nog gras en lokaal geteelde granen. “En daar ben ik trots op”, vertelt hij, “want onze Jersey-koeien hebben normaal gesproken veertig procent krachtvoer of bijproducten in hun rantsoen nodig. Maar wij hebben ze zó weten te fokken dat ze sinds 2018 alleen met gras en in de winter met wat graan erbij toe kunnen.” Krachtvoer is duur, legt de boer uit. “Biologische brokken zijn tweemaal zo duur als gewoon krachtvoer, bovendien heb je geen zicht op wat er allemaal in fabrieksvoer zit. Dat weet ik wel als ik graan bij mijn buurman koop.”

Van de Voort is blij met het nieuwe dieet van zijn koeien: “De melk heeft veel meer smaak gekregen. Omdat we alle melk ‘verkazen’, is de kwaliteit van onze kaas ook met sprongen vooruit gegaan. Net als met het gras en de koeien doen we vooral dingen níét: synthetische vitamines toevoegen, pasteuriseren, homogeniseren, ontromen en (synthetisch) geraffineerd zout toevoegen. Op deze manier kun je in onze kaas proeven hoe lekker melk écht is.”

”Omdat we alle melk ‘verkazen’, is de kwaliteit van onze kaas ook met sprongen vooruit gegaan.”


De kazen van De Groote Voort, die een eetbare natuurkorst hebben en al diverse prijzen in binnen- en buitenland hebben gewonnen, worden verkocht onder de naam Remeker. Die naam verwijst naar een stuk grond bij de boerderij dat de Remeker wordt genoemd: een met eiken (ekers) omzoomd perceel (reem). De eiken staan er nog steeds.

Met hoorns meer smaak

Wat opvalt als je de veestapel in de weilanden rond De Groote Voort bekijkt, is dat alle koeien hun hoorns nog hebben. Ook daar heeft de boer goed over nagedacht. “De hoorn is het mineralendepot van de koe. Dieren met hoorns zijn beter bestand tegen weerswisselingen en daardoor tegen de wisselende samenstelling van het gras. De mest is daardoor beter verteerd. Al met al geeft een koe met hoorns melk die beter smaakt.” Koeien met hoorns hebben ook een nadeel: ze hebben meer stalruimte nodig om elkaar niet te beschadigen. Dat is dan maar zo, vindt boer Jan Dirk. “Wij willen échte koeien.”

“De hoorn is het mineralendepot van de koe”

- Jan Dirk van de Voort, Remeker

De familie Van de Voort, die klant is van het F&A-team Midden-Nederland van de Rabobank, kan zich de meerkosten van onder andere een grotere stal en de aanschaf van biologisch stro veroorloven doordat andere kosten, bijvoorbeeld van bestrijdingsmiddelen, zijn weggevallen. Bovendien compenseert de verkoop van de Remeker-kaas de nodige kosten. “Ik heb uitgerekend dat een liter van onze melk 2,03 euro opbrengt omdat we onze kaas goed kunnen verkopen. Als je biologische melk naar een melkfabriek brengt, krijg je zo’n 55 cent per liter.”

“Wij willen échte koeien.”


Siberische stagiairs

En dat is precies wat er nogal eens misgaat bij biologische boeren, legt Van de Voort uit. “Biologische koeien mogen tot veertig procent krachtvoer (of bijproducten) krijgen. De smaak is dan niet onderscheidend en dan is het moeilijk om een meerprijs te krijgen. Bovendien verdwijnt de biologische melk in de grote massa van de melkfabriek. Biologische boeren zouden betere producten van hun melk in de markt moeten zetten. Nu geven ze hun meerwaarde weg.” Om collega-boeren te helpen, worden er op De Groote Voort vrijwel dagelijks rondleidingen en workshops gegeven, waar ook veel belangstelling voor is van studenten en experts uit binnen- en buitenland. “Momenteel hebben we twee stagiairs uit Siberië.”

Hoe ziet de toekomst eruit op De Groote Voort? Van de Voort: “We gaan uitbreiden van 85 naar 110 koeien, want ook mijn jongste zoon komt in het bedrijf werken. Ook zou ik best zelf graan voor de koeien willen gaan verbouwen, dus we zoeken naar meer grond. En verder gaan we gewoon door met natuurlijk boeren, zoals ze het vroeger ook deden.”