Groente-‘afval’ omtoveren in nieuwe producten

“We verspillen níéts” - vanRijsingengreen

VanRijsingengreen werkt ‘samen met de natuur aan gezonde groenteproducten’. En daarbij accepteert het bedrijf geen verspilling. ‘Zero waste’, van met name ook de groentes zelf, is het hogere doel.

De bedrijven onder de vlag van dit Helmondse bedrijf zaaien, oogsten, verwerken en verkopen op een duurzame manier veel verschillende groenteproducten. Het familiebedrijf, al vijftig jaar een bekende speler in de markt van verse voedingsmiddelen, focust op zogeheten ‘vergaande ketenintegratie’, waarbij alles vraag-gestuurd is. Dat laatste is goed mogelijk dankzij het grote orderboek van vanRijsingengreen. Daardoor is het bedrijf goed in staat om, naast het goed kunnen afstemmen van de productie op de vraag, op een relatief laat moment te bepalen welke teler voor welke markt produceert. Wortels die bijvoorbeeld tegen verwachting niet aan de kwaliteit blijken te voldoen, kunnen in dat geval ingezet worden voor de ‘ingrediëntentak’ van het bedrijf en gebruikt worden voor de vezels.

Onmisbaar: serieuze schaal

“Schaal is daarbij natuurlijk wel van belang”, zegt Hans van den Bighelaar, directeur Van Rijsingen Beheer B.V. “Waarmee ik bedoel dat we voldoende schaal nodig hebben om aanbod en vraag aan elkaar te koppelen en reststromen van voldoende volume te krijgen. Voor die reststromen moet namelijk ook een markt gezocht worden. En als je die markt dan gevonden hebt, is het wederom van belang dat je een constante toevoer van het reststroomproducten kunt leveren. Afnemers van groente als ingrediënt verwachten namelijk dat je een constante kwaliteit levert.”

“Afnemers mogen een constante kwaliteit verwachten”

- Hans van den Bighelaar, vanRijsingengreen

‘Mindset’ is bepalend

Een andere reden voor het grote anti-verspillingssucces is dat de onderneming het verwerken van reststromen als onderdeel van zijn bedrijfsontwikkeling ziet. Gerbrand van Veldhuizen, directeur Van Rijsingen Beheer B.V.: “Die ‘mindset’ is eigenlijk niet gericht op het terugbrengen van afval, maar juist op het zoveel mogelijk verwáárden van de grondstoffen. Snijafval van wortels is immers ook een grondstof waar we nieuwe waarde aan kunnen toekennen. Dat soort reststromen zijn van onschatbare waarde en kunnen uiteindelijk zelfs het businessmodel van een bedrijf veranderen. Wortelvezel bijvoorbeeld, is alvast een veelbelovend ingrediënt.”

“Wortelvezel is alvast een veelbelovend ingrediënt”

- Gerbrand van Veldhuizen, vanRijsingengreen

Zo was voor vanRijsingeningredients de verssap-markt eerst een primaire stroom. De houdbaarheid van verse sappen en een grillige markt bleken echter lastige factoren. Na veel onderzoek verlegde het bedrijf zijn vizier richting ingrediënten en is wat eerst een primaire stroom was, vers sap dus, nu een secundaire stroom geworden: sapconcentraat. Van Veldhuizen: “Sapconcentraat is makkelijker houdbaar en ook eenvoudiger te exporteren.”

Bewustwording

“In het gevecht tegen verspilling is bewustwording van wat er allemaal verloren gaat de eerste stap”, zegt Van den Bighelaar. “Dat begint bij het uitleggen aan de medewerkers wat de waarde van een product is. Wat vroeger weggegooid werd, vangen we nu op en sorteren we direct in bakken die een duidelijk label hebben waarmee hun bestemming aangeduid wordt. Op die manier is voor iedereen zichtbaar dat het hier nog steeds om producten gaat die verwerkt worden tot voedsel en dat ze dus ‘waarde’ hebben. Dat maakt het er echter niet makkelijker op, want ‘afval’ dat opnieuw tot voedsel verwerkt wordt moet weer aan andere eisen voldoen dan afval dat niet meer gebruikt wordt in de voedselketen. Denk bijvoorbeeld aan goede koeling. Daar moeten de bedrijfsprocessen dus op ingericht worden. En dan komt die schaalgrootte weer om de hoek kijken. Voor kleine bedrijven zijn hier relatief hoge kosten mee gemoeid.”

Nevenstroom: wortelpulp die ontstaat na het persen van de wortels tot sap.

Stabiele ketens en nieuwe kennis

Verspilling ga je niet alleen tegen in de fabriek, maar begint al voordat er een zaadje de grond in gaat. Met een goede teeltplanning kan vraaggericht geteeld worden. Van Veldhuizen: “Doordat we een goed overzicht hebben van welke telers wat en voor wie produceren, kunnen we op elk moment gericht kijken voor welke markt of welk doel het product geschikt is. Een bijkomend voordeel: als een product voor de versmarkt niet aan de kwaliteit voldoet, dan hoeft de teler zijn product niet weg te gooien. Die ‘stroom’ kan dan immers nog als ingrediënt gebruikt worden. De teler krijgt weliswaar minder geld voor zijn product, maar dat is altijd nog beter dan helemaal geen inkomsten. Zo zorgt het tegengaan van verspilling en het focussen op het verwaarden ook voor stabielere ketens.”

“Een andere mooie bijkomstigheid is dat we automatisch enorm veel nieuwe kennis opdoen”, vult Van den Bighelaar aan. “Doordat we continu bezig zijn met het volledig verwaarden van groenten en het aanboren van nieuwe toepassingen en afzetmogelijkheden, leren we steeds weer bij. Zo is onze kennis dus altijd up-to-date en snijdt het (groente)mes aan twee kanten.”