Vruchten plukken van partnership Rabobank en Wereld Natuur Fonds

Goed voor de soortenrijkdom, ondernemers en de bank

Het Wereld Natuur Fonds en de Rabobank legden vier jaar geleden de kiem voor een unieke samenwerking, om samen met klanten projecten op te zetten voor een verdienmodel voor duurzame voedselproductie. Na een weerbarstige start ontplooit het partnership zich in de wateren van Chili, de bossen van Indonesië en de weilanden in Nederland. ‘Dit is zo mooi, waarom heeft dit zolang moeten duren?’

Toen de Nederlandse afdeling van het Wereld Natuur Fonds en de Rabobank in maart 2011 hun partnership wereldkundig maakten, dachten ze snel echt aan de slag te kunnen gaan. Ze kenden elkaar toch al en waren toch al jaren bezig met de verduurzaming van de planeet? Het Wereld Natuur Fonds met de gedrevenheid en kennis om de rijkdom aan planten- en dierensoorten in stand te houden (biodiversiteit), de Rabobank om samen met klanten de landbouw en voedselproductie rendabeler en duurzamer te maken. Samen zouden ze voortvarend projecten gaan opzetten voor economisch en ecologisch duurzame landbouw.

Weerbarstige werkelijkheid

De werkelijkheid bleek een stuk weerbarstiger, weten betrokkenen. Het Wereld Natuur Fonds heeft wereldwijd contacten met 250 banken, maar inhoudelijke samenwerking met een bank en haar klanten was op dat moment niet aan de orde. ‘Een deel van onze klanten is wantrouwend tegenover bepaalde maatschappelijke organisaties en dat geeft binnen de bank dan soms ook minder enthousiasme’, zegt Richard Piechocki, Senior Sustainable Business Developer bij Rabobank. Claar van den Bergh, Senior Advisor Markets bij het Wereld Natuur Fonds in Nederland: ‘In onze wereld staan mensen nogal wantrouwend tegenover banken.’

Zes projecten

Ondanks de taaie start, is het kiempje na vier jaar uitgegroeid tot een boom met zes takken, gericht op verdienmodellen voor duurzame voedselproductie. Meer dan deze projecten komen er niet. De partners gaan de komende twee jaar deze projecten verder ontwikkelen en de inzichten en kennis delen, zodat veel meer boeren, vissers en tuinders er de vruchten van kunnen plukken. Het gaat om:

  • Een tool voor financiële instanties om de duurzaamheid van visbedrijven te kunnen beoordelen (Sustainable Seafood Tool)
  • Chili: verduurzaming van zalmkweek (aquacultuur), met aandacht voor ecologie en de lokale bevolking
  • India: duurzame productie van suikerriet met minder ondernemings- en duurzaamheidsrisico’s rondom watergebruik en CO2-uitstoot
  • Indonesië: verduurzaming productie palmolie. Na advies van het WNF is een grote Rabo-klant nu lid van de ronde tafel voor duurzame palmolie (RSPO) en moet nu zelf verduurzaming handen en voeten geven
  • Brazilië: verduurzaming sojaproductie, in samenhang met veehouderij en het behoud van het tropisch regenwoud
  • Nederland: methode om melkveehouders te prikkelen om duurzaamheid een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering te maken

Aan de slag willen gaan

‘Als er echt de noodzaak is om samen te werken, dan gebeurt het’, verklaart Piechocki waarom in Chili het project voor duurzame viskweek van de grond kwam en goed loopt. ‘Wij als Rabobank wilden aan de slag, klanten wilden dat en het Wereld Natuur Fonds in Chili ook.’

Soms is er meer nodig. Van den Bergh: ‘Wij als Wereld Natuur Fonds waren in India in gesprek met een van de grootste producenten van suikerriet. Er zat weinig vooruitgang in de gesprekken. Maar toen de Rabobank erbij kwam, een partij die door ons en door de klant werd vertrouwd, konden we opeens vooruitgang boeken en kwam er een overeenkomst.’

Gevoel hebben voor de zaak

‘Het begint toch ook gewoon bij mensen die gevoel hebben voor de zaak en kansen zien’, zegt Claar van den Bergh. Zo was er twijfel of de partners in Brazilië tot een project voor duurzame sojaproductie konden komen. ‘Als het nu niet lukt in Brazilië, dan kunnen we wel inpakken’, was het gevoel. De omslag kwam bij het aanschouwen van een schoolvoorbeeld hoe veehouderij, de teelt van soja en  eucalyptus-bomen kunnen samengaan. ‘We keken elkaar aan en zeiden: dit willen we toch met elkaar?’, zegt Piechocki. Want door de stukken land afwisselend te gebruiken voor de diverse teelten, blijft de grond vruchtbaar, hoeven boeren geen nieuwe grond in gebruik te nemen en blijft het tropisch regenwoud gespaard. Van den Bergh: ‘Achteraf hebben we gezegd: dit is zo mooi, waarom heeft dit allemaal zolang moeten duren?’

Rijk bodemleven

En dat speelt zich ook af in de Nederlandse weilanden. Weilanden die bij uitstek geschikt zijn om melk te produceren, maar waar nauwelijks sprake is van soortenrijkdom. Van den Bergh: ‘Een rijk bodemleven, met wormen en insecten, is nodig voor de grond en dus ook voor de boer en voor de weidevogels. Met FrieslandCampina kijken we nu hoe we kunnen zorgen dat boeren die biodiversiteit een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering maken, daar ook de financiële vruchten van kunnen plukken. We zijn in de provincie Friesland nog maar net begonnen en nu al melden zich groepen boeren uit andere regio’s die ook willen meedoen.’

Dat andere ondernemers spontaan graag aanhaken, daar is het uiteindelijk om te doen. Van den Bergh: ‘Met dit soort projecten gaan wij aantonen dat deze aanpak loont, voor de soortenrijkdom, de klant en de bank.’

Copyright foto: © Michel Roggo / WWF-Canon

Lees meer