'Innovatie is de motor van een duurzame economie’

Interview met bestuursvoorzitter Wiebe Draijer

‘Innovatie is de motor die de Nederlandse economie krachtig en duurzaam kan laten groeien.’ Dat is de stellige overtuiging van Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van de Rabobank.

Draijer stond in zijn vorige baan, als voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), aan de wieg van het Energieakkoord, het plan om de Nederlandse energievoorziening ingrijpend te verduurzamen. ‘We kunnen het ons niet langer veroorloven om door te gaan met verspillen, uitputten en vervuilen. Daarom moeten we toe naar een economie die is gebaseerd op duurzaamheid en het effectief gebruik van grondstoffen en energie. Ik ben ervan overtuigd dat de overgang naar een circulaire economie volop kansen biedt voor het bedrijfsleven. Innovatie zie ik als de motor van deze duurzame ontwikkeling.’

Dialoog met de klant

Draijer vindt het vanzelfsprekend dat de Rabobank als maatschappelijk betrokken onderneming het gesprek met klanten aangaat over verduurzaming. ‘Dat vind ik een verplichting aan de samenleving én aan ons zelf. Afhankelijk van de behoefte en ambitie van de klant moeten we de beweging naar circulair ondernemen faciliteren. Vanuit een klantgerichte benadering, niet met een checklist in de hand waarop we afvinken of er wel voldoende vorderingen worden gemaakt.’

Nederland terug in top-10

Het thema innovatie staat in Nederland al geruime tijd op de agenda van politiek en bedrijfsleven. En terecht aldus Draijer, die zelf nauw betrokken was bij het Innovatieplatform, het initiatief van oud-premier Balkenende. ‘Dit initiatief was er op gericht om Nederland weer terug te krijgen in de hoogste regionen van innovatieve landen. Met succes want toen we begonnen stonden we op de vijftiende plaats en inmiddels zijn we weer terug in de top-tien. Hoewel het platform niet meer bestaat, is het huidige kabinet ook heel actief op het gebied van innovatie. Dat beleid spitst zich toe op de zogeheten topsectoren. Dat zijn de sectoren waarin de bv Nederland nu al uitblinkt, zoals in de Food & Agri en chemie. Een goede aanpak, maar ik pleit er wel voor dat het innovatieve blikveld wordt verruimd tot andere gebieden, bijvoorbeeld het onderwijs.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat de overgang naar een circulaire economie volop kansen biedt voor het bedrijfsleven. Innovatie zie ik als de motor van deze duurzame ontwikkeling’

Trackrecord Rabobank

De Rabobank heeft volgens Draijer een aansprekend trackrecord als innovatieve bank. ‘We waren een van de eerste banken ter wereld die het voor klanten mogelijk maakte hun bankzaken te doen via internetbankieren. Maar de wereld om ons heen verandert razendsnel en daar moeten we goed op anticiperen. Technische ontwikkelingen als bigdata-analyse, virtueel betalingsverkeer, crowdfunding en peer-to-peer bankieren bieden naar mijn mening niet alleen bedreigingen, maar zeker ook kansen.’

Innovatieve klanten

De Rabobank ziet niet alleen het belang van innovatie in haar eigen bedrijfsvoering en klantbediening, ze stimuleert haar klanten ook zelf te zoeken naar mogelijkheden tot vernieuwing en verduurzaming. ‘Dat doen we met producten als de groenfinanciering, het Rabobank Stimuleringskapitaal en de borgstellingskredieten die er zijn voor starters en ondernemers met innovatieve ondernemersplannen. Daarnaast zijn we betrokken bij een aantal initiatieven zoals SHIFT Invest, het Mainport Innovation Fund, Rabobank CE Challenge, Innovation Quarter, Qredits en last but not least de Herman Wijffels Innovatieprijs die we sinds 2002 met succes organiseren.’

Ondernemerschap

Voor Draijer vormen innovatie, duurzaamheid en ondernemerschap een ijzersterke combinatie. ‘Ik zie duurzaam ondernemerschap als de hefboom voor het succes van het Nederland van de toekomst. Ik zou het dan ook geweldig vinden als wij daar vanuit onze missie als maatschappelijke bank meer mee gaan doen. Ik heb in het verleden veel met succesvolle jonge ondernemers gesproken. En wie ik ook sprak, elke keer kreeg ik weer te horen dat het zaadje van hun ondernemerschap ontkiemde in de schoolbanken. Met dat gegeven zouden wij als maatschappelijk bank, die nauw betrokken is bij de lokale en regionale economieën, nog nadrukkelijker aan de slag moeten. Wie de jeugd heeft de toekomst, nietwaar?’